Debietmeting in kader van afijking gerenoveerde stuw Sint-Baafs-Vijve
Vereecken, H.; Vanderkimpen, P.; Visser, K.P. (2025). Debietmeting in kader van afijking gerenoveerde stuw Sint-Baafs-Vijve . Versie 4.0. WL Rapporten, 23_078_1. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen. VI, 18 pp. https://dx.doi.org/10.48607/306
Deel van: WL Rapporten. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen.
|
|
Beschikbaar in | Auteurs |
Waterbouwkundig Laboratorium: Open Repository 411814 [ OWA ]
|
Documenttype: Projectrapport
|
Trefwoorden |
Hydraulic structures > Fishpasses > Vertical slot Hydraulic structures > Weirs > Hydraulic design In-situ measurements België, Leie R., Sint-Baafs-Vijve
|
Author keywords |
|
ContactgegevensOpdrachtgever: De Vlaamse Waterweg
Auteurs | | Top |
- Vereecken, H.
- Vanderkimpen, P.
- Visser, K.P.
|
|
|
Abstract |
In Sint-Baafs-Vijve langs de Leie zijn de 2 bestaande stuwen, van het type hefschuif met klep, gerenoveerd. Er zijn 2 formules bepaald om aan de hand van de stuwstand, het op- en afwaartse waterpeil en debietscoëfficiënten het debiet te bepalen dat over en/of onder de stuw passeert: een overstortformule over de klep (Qklep) en een onderstromingsformule wanneer het water onder het segment stroomt (Qseg). Aan het Hydrologisch Informatiecentrum van het Waterbouwkundig Laboratorium (WL-HIC) werd gevraagd om een debietmeting uit te voeren om de gebruikte overstortformule te controleren en daarbij te adviseren rond de voorgestelde debietscoëfficiënten. Tegelijk werd gevraagd om de inlaat van de vispassage te bemeten en ook de goede werking van de schuif die het toegevoegd debiet in de vispassage regelt te controleren. Vooraf aan deze metingen werd met RTK-gps een controle uitgevoerd van de gemeten waterpeilen en de stuwhoogtes. In dit rapport wordt enkel gefocust op de debieten die over de klep stromen (overstortformule) aangezien de condities tijdens de metingen een controle van de onderstromingsformule niet toelieten. Dit wordt in het voorjaar van 2025 als de debietomstandigheden het toelaten nog extra gecontroleerd en later als addendum toegevoegd. De op 3/10/2024 uitgevoerde debietmetingen wijken algemeen slechts 6% af van de berekende debieten met een standaard coëfficiënt van 1,86. Om het berekende debiet toch zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de uitgevoerde terreinmetingen, adviseren we om de debietscoëfficiënt te laten variëren in functie van de klepstand, waarbij we bij de hoogste klepstanden eerder vertrekken van de standaard coëfficiënt van 1,86 die dan toeneemt tot een waarde van 2,05 bij klepstand van 7,80 mTAW tot 7,50 mTAW, om nadien bij de laagste klepstand terug naar de standaard coëfficiënt te evolueren van 1,86. De debietmetingen ter hoogte van de inlaat van de vispassage tonen aan dat er gemiddeld bij een opwaarts streefpeil van 8 mTAW wel degelijk ongeveer 0,9 m³/s door stroomt en dat deze inlaat dus goed gedimensioneerd is met een debietscoëfficiënt van 0,7. De metingen bevestigen dat voor de lagere waterpeilen eerder een coëfficient van 0,7 a 0,75 geschikt zal zijn, voor de hogere peilen eerder 0,8 a 0,85. De debietmetingen ter hoogte van het kanaal waar het toegevoegd debiet wordt ingelaten via een regelschuif, om zo de sterkte van de lokstroom afwaarts mee te bepalen, tonen aan dat er gemiddeld per schuifstand ongeveer 1 m³/s extra toegevoegd debiet doorstroomt en dat deze regelschuif dus goed gedimensioneerd is. |
|