In het kader van het project NST werd de West-Buitenhaven te Terneuzen verdiept om voor schepen met diepgang 12.5 m, tijongebonden vaart tot de Nieuwe Sluis toe te laten. Bovendien heeft deze verdieping positieve gevolgen voor de toegankelijkheid van de Westsluis, waarnaar het tijgebonden traject beperkt wordt tot de bodem van de sluis (-12.82 m NAP). Als gevolg hiervan, kan ook de reservetijd die vandaag toegepast wordt op het sluiten van de tijpoort, gereduceerd worden. Deze reservetijd is bepaald door de totale procesduur van sluisinvaart en occasionele evacuatie van het schip indien de sluisdeuren niet gesloten zouden kunnen worden. Op basis van een AIS-studie van 1417 maatgevende opvaarten naar de Westsluis (periode 2012-2022), werden representatieve vaarsnelheden en vaartijden bekomen voor verschillende deeltrajecten naar de Westsluis, waaronder de invaartijd tussen de aankomst aan de afwaartse sluisdrempel tot wanneer het schip in de eindpositie ligt. Voor de bepaling van de evacuatietijden van het schip uit de sluis werden de resultaten van vaarsimulaties uitgevoerd in Laforce & Mostaert (2007) toegepast. Uiteindelijk werd aangetoond dat wanneer de diepte van de West-Buitenhaven voldoet aan de interventiepeilen voorzien in het project NST, de reservetijd 47’30’’ dient te bedragen voor panamax schepen (B = 32.3 m) en 52’00’’ voor kamsarmax schepen (B = 37.0 m).
Alle informatie in het Integrated Marine Information System (IMIS) valt onder het VLIZ Privacy beleid